Protestante Theologische Universiteit
Kruimel
Kruimel
Kruimel
Kruimel
  Doelstelling
Opbouw
Toelatingseisen
Programmaoverzicht 10-11
Programmaoverzicht 09-10
Programmaoverzicht 08-09










niks

links
Opbouw

Opbouw van de opleiding

Het programma van de masteropleiding bestaat uit drie onderdelen: een hoofdvakstudie van 60 studiepunten, een traject taakvelden van 90 studiepunten en een zestal ‘overige’ cursussen (30 studiepunten). De volgorde van de onderdelen in de driejarige predikantsmaster mogen studenten in overleg met de hoogleraar en de docent beroepsvorming zelf bepalen, maar die moet wel worden bekrachtigd door de examencommissie. Daarna moet de student zich hier aan houden. De student mag ervoor kiezen de hoofdvakstudie eerst helemaal af te ronden, daarna een half jaar overige cursussen doen en tenslotte anderhalf jaar taakvelden. Ook mag ervoor worden gekozen het hoofdvakjaar voor het laatst te bewaren of een sandwich maken waarbij de student eerst een half jaar hoofdvak doet, daarna het beroepsvoorbereidende gedeelte en tenslotte het laatste half jaar hoofdvak. Het traject taakvelden begint in februari (of september): dat ligt dus vast. Aan het hoofdvak mag de student in september of in februari beginnen, maar omdat Hermeneutics (de logische eerste cursus) alleen in september wordt aangeboden, wordt aangeraden de studie zo te plannen dat in september aan een hoofdvakstudie kan worden begonnen.

Hoofdvakstudie
Inhoudelijk komt de hoofdvakstudie van de master Predikantschap overeen met de eenjarige master Verdieping. In paragraaf 6.1 van deze studiegids wordt de informatie over dit programma uitgebreid beschreven.

Traject taakvelden

Het traject taakvelden is de aanduiding voor een onderwijstraject van anderhalf jaar waarin de student in zes stappen wordt ingeleid in de taakvelden van het werk van de gemeentepredikant. Achtereenvolgens gaat dat om: ‘plaats kennen’ (een verkenning van de context waarin predikanten werken), ‘begeleiden en inspireren’, ‘geloven en leren’, ‘voorgaan en vieren’, ‘bewaren en vernieuwen’ en ‘visie bepalen’. In deze periode volgen de studenten een strak geprogrammeerd onderwijstraject waarin theorie en praktijk elkaar afwisselen. Dit bestaat uit colleges, stageweken, verslagbesprekingen, inter- en supervisie en tentamens. De volgorde van de onderdelen ligt vast. In taakveld 1 is een week exposure gepland waarin de student intensief kennismaakt met de plaats van de kerk in de huidige samenleving. In de rest van het traject wisselen stageactiviteiten in een kerkelijke gemeente en onderwijsactiviteiten in Kampen elkaar af. In die periode komen voltijders en deeltijders elke donderdag naar Kampen (bij de start in september zullen dit de dinsdagen zijn). In het laatste half jaar zijn de instellingstraining en twee weken Hydepark gepland. Het traject duurt voor deeltijders ook anderhalf jaar, omdat (volgens afspraken) aan de meesten van hen een aantal vrijstellingen verleend zal kunnen worden op basis van de eerder afgeronde hbo-opleiding, relevante werkervaring en/of als vrijwilliger opgedane ervaring.

‘Overige’ cursussen

Tenslotte volgen studenten in het kader van de beroepsvoorbereiding nog zes cursussen: Nederlandse Kerkgeschiedenis, Bijbelse Theologie, De rol van de bijbel in de loop van de geschiedenis en drie vrij te kiezen bijvakken. Daarbij mag het bijvak niet gelijk zijn aan het hoofdvak uit het verdiepingsjaar. De invulling van de bijvakken staat in de onderwijscatalogus op de website. De cursussen worden allemaal in de vorm van begeleide literatuurstudie aangeboden. Dat betekent dat er op elk willekeurig moment aan begonnen kan worden.


Deeltijdstudenten en instromers
Deeltijdstudenten hebben over het algemeen door eerdere studie en/of werkervaring al verschillende competenties verworven. Deze competenties zullen door de docent beroepsvorming als vrijstellingen meegenomen worden in het voorstel voor invulling van het examenprogramma dat door de examencommissie goedgekeurd moet worden. Hierdoor is het voor deeltijdstudenten mogelijk om net als voltijdstudenten het traject taakvelden in anderhalf jaar af te ronden. Door verleende vrijstellingen zal de studielast veelal lager liggen dan voor voltijdstudenten.

Ook het programma met de ‘overige vakken’ van een half jaar wordt voor deeltijdstudenten individueel vastgesteld. Afhankelijk van de vooropleiding is een vrijstelling mogelijk voor een of meer van de verplichte of keuzebijvakken. Studenten kunnen hiervoor contact opnemen met de studentendecaan. Instromers van andere universiteiten kunnen de bijvakruimte gebruiken om voor maximaal 15 studiepunten aan deficiënties weg te werken. Voor studenten uit Groningen geldt dat zij de bijvakruimte vullen met Dogmatiek en Praktische Theologie (resp. K-M305 en K-M309).

terug


links